Naar een sterkere verankering van duurzaamheid binnen de Universiteit Gent

Een definitie van duurzaamheid geven is niet gemakkelijk, maar wij sluiten ons aan bij de omschrijving van de World Commission on environment and Development van de Verenigde Naties in het rapport “Our Common future” (het Brundtlandrapport, 1987) waar het volgende gesteld wordt:

Duurzame ontwikkeling is de ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.

In eerste instantie is aandacht voor duurzaamheid voor ons een levenshouding die wij allebei ten volle willen uitdragen.  We denken dan bij duurzaamheid niet alleen aan ecologie (energie en infrastructuur, mobiliteit, afval en recyclage, verspilling), maar ook aan aspecten van sociale rechtvaardigheid zoals diversiteit, psycho-sociaal welzijn, enz. We ondersteunen het uitgangspunt zoals vermeld in het Memorandum Transitie UGent 2014 dat een duurzaamheidsbeleid een draagvlak nodig heeft en dus gestoeld dient te zijn op inspraak en participatie. De bestaande input vanuit en samenwerking tussen het studentenplatform UGent1010, de denktank Transitie UGent, het Duurzaamheidskantoor (Green Office Gent) en de onderzoeksgroep Centrum voor Duurzame Ontwikkeling (CDO) moet dan ook zeker verder gestimuleerd en ondersteund worden.  

Met betrekking tot onderwijs heeft de UGent via de goedkeuring van haar duurzaamheidsvisietekst beslist om duurzaamheid te integreren in haar onderwijsbeleid. Er werden al vrij snel twee concrete maatregelen voor getroffen, met name de invoering van een multidisciplinair universiteitsbreed keuzevak Duurzaamheidsdenken en een tweejaarlijkse bevraging van de afstuderende studenten in het kader van de opleidingsevaluatie over het aspect ‘duurzame ontwikkeling’. Wat dat laatste betreft denken we dat de vragen die hierbinnen geformuleerd werden concreter en meer toegepast op de opleidingen zelf kunnen geformuleerd worden omdat uit de eerste ronde bevragingen toch wel blijkt dat het niet voor alle studenten in alle opleidingen mogelijk is de vragen naar hun opleiding te vertalen, omdat velen duurzaamheid enkel vanuit een ecologisch perspectief benaderen en dat aspect niet altijd in hun opleiding vervat zit.

Daarnaast zien we ook dat veel studenten en personeelsleden een of andere vorm van sociaal engagement opnemen maar dat dit nu vaak onzichtbaar blijft en bijgevolg onvoldoende naar waarde geschat. Nochtans bieden de universiteitsbrede keuzevakken (naast Duurzaamheidsdenken ook Coaching en Diversiteit, Cocreatie en Leer Ondernemen) daar veel mogelijkheden toe. Bovendien zouden aspecten van duurzaamheid, ecologie en sociaal engagement ook nadrukkelijker aan bod kunnen komen in Durf Ondernemen-activiteiten. Het opnemen van deze opleidingsonderdelen en activiteiten zou dus gerust wat meer gestimuleerd mogen worden bij UGent-studenten.

Verder kan er volgens ons nog sterker ingezet worden op aandacht voor duurzaamheid via de opleidingscommissies, eventueel in samenwerking met studentenverenigingen. Het lijkt ons bijzonder belangrijk dat dit laagdrempelig en bottom-up gebeurt en niet opgelegd wordt van bovenaf. Initiatieven zoals de uitreiking van de duurzaamheids-award 'De Groene Ruijter' (actief ondersteund door Rik) verdienen alle steun. We scharen ons immers ten volle achter de doelstellingen van deze award: concrete voorstellen formuleren voor een duurzamere studeer-, werk-, leef- en onderzoeksomgeving (afvalverwerking, energiebesparing, voeding, transport, …); sensibiliseren en informeren omtrent specifieke duurzaamheidsvraagstukken (voedselschaarste, materiaalschaarste, biodiversiteit, …); op een originele manier onze studenten, personeelsleden of de maatschappij in het algemeen stimuleren tot een duurzamere houding. We menen dat 'De Groene Ruijter' een inspirerend voorbeeld kan zijn voor velen. We willen dit voorbeeld daarom nog meer onder de aandacht brengen dan tot dusver het geval was. Want we geloven dat dit aanleiding kan en zál geven tot een breder draagvlak voor 'duurzaamheidsdenken', niet alleen bij onze studenten maar binnen de hele universitaire gemeenschap (en daarbuiten).

Wat wel top down kan gebeuren, is het stimuleren van duurzaamheid in het onderwijs. Een klein voorbeeld van hoe tewerk gegaan kan worden, is gerelateerd aan de omgang met bachelor- en masterpapers (en eigenlijk met papers allerhande). Dankzij stimulus en aandacht hiervoor vanuit de milieuwerkgroep in de faculteit Letteren en Wijsbegeerte heeft de opleiding Taal- en Letterkunde (met Mieke als voorzitter) hiervoor geleidelijk aan meer duurzame oplossingen gezocht: in eerste instantie werd aan studenten gevraagd geen transparant plastiek blaadje meer vooraan en achteraan toe te voegen aan hun bachelor- en masterpapers. Vervolgens werd gevraagd om de tekst recto-verso te printen. Deze instructies werden allebei bijzonder gemakkelijk aanvaard door zowel studenten als medewerkers. Meer recent werd een volgende stap gezet en wordt standaard uitgegaan van een digitale versie van de paper, maar wordt aan de lezers de kans gegeven een papieren versie op te vragen die de student dan moet voorzien. Dit vergt enige organisatie, maar lijkt ons een goede praktijk die ook als voorbeeld zou kunnen dienen in andere opleidingen. Het lerend netwerk van opleidingsvoorzitters en curriculum managers dat nu geleidelijk aan uitgebouwd wordt aan de UGent lijkt ons een bijzonder goede plaats om dergelijke duurzame initiatieven breder te verspreiden doorheen de universiteit.

Bovendien is het voor ons een prioriteit om in te zetten op een sociaal rechtvaardiger universiteit. Wat betreft studenten met een migratie-achtergrond, uit cultureel-linguïstische minderheden of met (functie)beperkingen hanteren wij de "diversiteit als norm"-visie, maar zo’n visie krijgt uiteraard pas betekenis wanneer iedereen aan de universiteit ervan doordrongen is en ze toepast in de praktijk. De universiteit dient daarom een inclusief beleid in plaats van een doelgroepenbeleid te voeren, zich bewust te worden van bestaande drempels en maatregelen uit te werken om die drempels weg te werken. Wat betreft doorstroom van studenten moeten we durven reflecteren over conceptuele leerlijnen, informele netwerken, het organiseren van taalonthaal (een soort "writing centres" met vormingsmodules rond academisch schrijven en individuele coaching sessies) of studie-coaching (bv. in de gezamenlijke studieplekken), flexibeler evalueren, enz. Dergelijke acties waarmee de autonomie van de student wordt aangesproken, zijn niet remediërend (en stigmatiserend) voor één groep studenten of een individuele student, maar zijn conceptueel aanwezig voor alle studenten. Dit betekent uiteraard niet dat de lat lager gelegd moet worden, wel dat we moeten durven nagaan of bv. een andere manier van evalueren (studenten de keuze laten tussen groepswerken en multiple choice-examens) mogelijk en wenselijk is.

Op het vlak van onderzoek moeten we de mogelijkheden voor onderzoek dat vertrekt vanuit een grote maatschappelijke relevantie en dat niet alleen monodisciplinair, maar ook inter- of transdisciplinair georiënteerd is, verder stimuleren (cf. ook het universiteitsbrede keuzevak Cocreatie waar bij studenten en dus potentiële onderzoekers al een basis gelegd wordt van zo’n oriëntatie). Dergelijk onderzoek, zowel vanuit de sociale en humane als vanuit de exacte, toegepaste en levens-wetenschappen, kan publieke overheden en het middenveld voeden met ideeën en oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Het vertalen van nieuwe kennis naar basis- en middelbare scholen kan de wetenschappelijke nieuwsgierigheid bij jongeren prikkelen en op die manier voor een duurzame doorstroming zorgen. Het UZGent dient samen met andere ziekenhuizen een sleutelrol te spelen op het vlak van volksgezondheid. We moeten meer dan vroeger, steunend op onze expertise, tot een actieve speler doorgroeien die op een zichtbare manier het maatschappelijke weefsel mee vormgeeft.

Voor aspecten met betrekking tot welzijn op het werk, evenwicht werk/privé en infrastructuur verwijzen we graag naar onze website: http://rikenmieke.ugent.be

Wat betreft de verankering van duurzaamheid in de bedrijfsvoering van de UGent volgen we de principes van een duurzaam energie- en mobiliteitsbeleid die eerder al bekrachtigd werden door het bestuur:

  • Het duurzaam energiebeleidsplan streeft naar een daling van 20% van het energiegebruik van het patrimonium van 2009 tegen 2020 t.o.v. 1998. Dit zal moeten bekomen worden door de juiste energiekeuzes te maken bij vernieuwbouw en door verdere investeringen te doen in het kader van rationeel energiegebruik in het bestaand patrimonium. Daarnaast moet het energiegebruik van de nieuwbouwprojecten geminimaliseerd worden, waarbij de extra benodigde energie zelf zal geproduceerd worden, al dan niet in eigen beheer, door bv. windturbines, zonnepanelen, …
  • Het duurzaam mobiliteitsbeleid wil, door het voeren van een beheersgericht en geïntegreerd beleid, het kader vormen waarbinnen, op een billijke manier, duurzame mobiliteit mogelijk is voor personeel en studenten.

Het is echter ook nodig een verdergaand beleid te voeren omtrent duurzame voeding, duurzaam aankoop- en materiaalbeheer en ecologisch groenbeheer. Hier staan we nog voor een aantal uitdagingen waar samen met de bovenvermelde partners oplossingen voor gevonden moeten worden.

Een dergelijk beleid heeft echter maar zin als het ook doorheen de universiteit geïmplementeerd kan worden. Dat kan enerzijds bottom-up via bv. lerende netwerken, het uitwisselen van good practices, enz. (allemaal zaken die op de korte termijn al effect kunnen hebben). Anderzijds is het van daaruit nodig het beleid op langere termijn structureel in te bedden in de hele universiteit. Ook daar wachten ons nog wel enkele uitdagingen, maar we zijn zeker bereid die aan te pakken.   

Er is de laatste jaren (gelukkig!) al veel veranderd met betrekking tot duurzaamheid aan de UGent. In het algemeen moeten we er echter nog meer naar streven om bij elke beslissing ook na te gaan of de gevolgen van die beslissing een duurzaamheidstoets zouden doorstaan. Dat gebeurt ons inziens nu nog te weinig frequent en niet op alle niveaus. Om maar één erg eenvoudig voorbeeld te geven: het lijkt ons aangewezen de nieuwe huisstijl van de UGent even te herbekijken omdat er in sommige sjablonen voor drukwerk, bv. het sjabloon voor verslagen, bijzonder veel witruimte voorzien is waardoor meer papier verbruikt moet worden dan nodig. Die witruimte verwijderen is een kleine, eenvoudige en gemakkelijk door te voeren aanpassing, die toch wel een duidelijk effect zal hebben in de hele universiteit. Dit toont echter tegelijkertijd ook aan dat men bij het ontwerp van dit specifieke sjabloon geen duurzaamheidsreflex gehad heeft, iets waarvan we vinden dat die in het DNA van de universiteit, op alle niveaus dus, aanwezig zou moeten zijn.

 

Rik Van de Walle, kandidaat-rector UGent

Mieke Van Herreweghe, kandidaat-vicerector UGent

Popular articles

Waarom we opnieuw kandidaat zijn?
Why we are candidates again?